Schriftuurlijk, bevindelijk, geestelijk onderwijs
February 20, 2025 at 09:54 AM
SPH133
Zij, die geloof ontvangen hebben, zullen in hun waarneming menigmaal zonder geloof op aarde staan.
"Welkom in de strijd", werd er vroeger gezegd, als Gods' volk hoorde, dat de HEERE iemand zaligmakende genade had gegeven.
Ach, je zou toch zeggen, dat de strijd dan gestreden was?
Maar dat is niet zo hoor, dan begint de strijd pas.
Als de HEERE iemand wederomgeboren doet worden, komt de duivel met zijn hele hellemacht er op af.
In het beginnende nieuwe leven, heb je daar nog niet zo'n erg in.
Dan is alles zo wonderlijk, zo teer en goed.
Dan wil je uit liefde tot de HEERE, aan de hele wereld wel vertellen wat de HEERE aan je ziel gedaan heeft.
Dan geloof je eigenlijk ook niet, dat er ooit nog weer andere tijden in je leven komen.
Tijden van bestrijdingen, tijden van ongeloof, tijden van duisternis en donkerheid, tijden van verlatenheid van de HEERE, tijden van aardsgezindheid...
Toch komen die tijden wel bij velen van Gods' volk.
Niet bij allemaal, maar wel bij velen.
Lees maar eens uit Gods' woord, hoe dat soms ligt bij Gods' volk...
Psalm 27:
9. Verberg Uw aangezicht niet voor mij, keer Uw knecht niet af in toorn; Gij zijt mijn Hulp geweest; begeef mij niet en verlaat mij niet, o God mijns heils.
Psalm 38:
22. Verlaat mij niet, o HEERE; mijn God, wees niet verre van mij.
23. Haast U tot mijn hulp, Heere, mijn Heil.
O dan kan de driehoofdige vijand, het zo benauwd maken in je ziel.
Dan zeggen ze van binnen, dat het alles maar inbeelding is.
Er is niets van God bij hoor, het komt alleen door jouw opvoeding.
Soms door lastering of kwaadsprekerij, wordt Gods' volk in een kwaad daglicht gesteld.
Lees maar eens wat er van Elisa staat in
2 Koningen 2:
23. En hij ging vandaar op naar Bethel. Als hij nu den weg opging, zo kwamen kleine jongens uit de stad; die bespotten hem en zeiden tot hem: Kaalkop, ga op, kaalkop, ga op.
Of in Psalm 3:
3. Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.
Dat zijn van die gemene pijlen, die de duivel op Gods' volk af schiet.
Dan hebben ze geen verweer in die strijd.
Ze zoeken hun binnenkamertje dan op, en smeken de HEERE dan, hoe het nu ligt in hun ziel.
Ach, dan bekennen ze hun zonden voor de HEERE, en zeggen tegen de HEERE:
"Mijn omgeving ziet zelfs, wat voor een vreselijk goddeloos mens dat ik ben...
O die zonden HEERE, die vreselijke zonden altijd maar weer, vergeef ze toch alstUblieft!!"
Als de HEERE Zich dan ook wat terugtrekt, wordt het zo donker in de ziel.
De HEERE beproeft Zijn kinderen dan, of ze Hem wel echt lief hebben.
HIJ toetst ze dan, of het waarlijk en oprecht, om Hém te doen is.
Dan kan Gods' volk in zo'n diep dal van vertwijfeling wezen, in het land van uiterste duisternis, in het Bacadal wordt dit wel genoemd.
Je 'eertijds' kan dan zo drukken, hoe je geleefd hebt in je zonden.
O, dan krijg je weer zo'n wroeging over de zonden die je hebt gedaan.
Hoe je de lieve, lieve HEERE, daar zo mee getergd hebt.
Maar ook over dat zondige hart, wat je altijd maar meesjokt.
Dan leef je in, wat het de Heere Jezus heeft gekost, om de zonden van jou persoonlijk te verzoenen, en ook om de eeuwige erfenis voor jou aan te brengen.
Ach, dan lig je daar in tere, nederige ootmoed, aan de voeten van de HEERE, je te verwonderen dat HIJ je niet de rampzaligheid in schopt...
Maar de HEERE laat Zijn volk niet altijd in de duisternis zitten hoor!
Nee, de HEERE komt dan ook wel weer zo zoet over, dat Legio niet weet hoe hij dat op moet schrijven.
Dat is zo iets heiligs, zo iets innigs, zo diep ontfermends van Zijn kant.
Dan kun je zo verslonden liggen in Zijn liefde...
2 Samuël 22:
29. Want Gij zijt mijn Lamp, o HEERE; en de HEERE doet mijn duisternis opklaren.
Dat nieuwe leven, golft zo op en neer.
Er zijn soms van die zeer diepe, lange golfdalen.
Toch brengt elke opkomende golf, wat nieuws mee...
Daar zorgt de HEERE wel voor.
Hoe ligt dat bij jou?
Ach, we zitten vaak zo vast aan het aardse.
Als we wisten dat we niet zouden sterven, dan bleven we het liefst op de aarde, en dan mag God de hemel wel houden...
Of heb je de HEERE zo oneindig lief, dat je alles wel zo willen geven, om eeuwig bij de HEERE te mogen zijn?
Ds. L. G. C. Ledeboer zei dat eens:
"Eén kus van Jezus' mond, is mij meer waard, dan al die zwarte grond".
Volk des HEEREN, ga toch in je binnenkamer, val toch op je knieën en smeek de HEERE toch, of HIJ nog weer eens een blijkje van Zijn gunst, aan je ziel wil betonen.
De HEERE doet nooit iets verkeerd hoor!
Volg Hem toch na.
Onderwerping geeft rust, hoe moeilijk het ook kan schijnen.
Jesaja 55:
8. Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.
9. Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten.
Zelf liep Legio ook eens, zó in het donker, er was nergens meer één lichtstraaltje.
Als je niet meer weet, hoe het ooit nog weer goed moet komen, dan zijn het achteraf, toch de zoetste momenten.
Dat gemis drijft zo uit naar de HEERE...
Zijn donkerheid besprak Legio eens met z'n geestelijk vader.
"Ach jongen", zei hij toen:
"Ik weet wel wat jij nodig hebt:
Licht van Boven!".
Zo'n eenvoudig antwoord hè?
Wat gaf dat veel troost, want toen mocht Legio het weer bij de HEERE kwijt.
Jeremia 31:
9. Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechten weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israël tot een Vader, en Efraïm, die is Mijn eerstgeborene.
Als de HEERE dan met Zijn liefdesblijkje overkomt, dan is alles weer zo zoet.
Dan is de HEERE zo lief en dierbaar.
O, dan zou je wel willen dan het nooit meer ophield.
Maar het is hier op aarde nog maar een klein beginseltje, van wat te wachten staat.
Hier misschien een verdrukking van tien dagen, en straks eeuwig, eeuwig God Drieënig grootmaken.
Och, als je dan inleeft waar je vandaan komt, uit de drek, ja uit de drek en de vuilheid van de zonden, dan is de HEERE zo alles, en val je zelf in het niet...
Psalm 113:
5. Wie is gelijk de HEERE onze God? Die zeer hoog woont,
6. Die zeer laag ziet, in den hemel en op de aarde;
7. Die den geringe uit het stof opricht, en den nooddruftige uit den drek verhoogt;
8. Om te doen zitten bij de prinsen, bij de prinsen Zijns volks.